Alpe d’Huez

Ik ben er weer geweest dit jaar. Traditiegewijs tijdens het eerste weekend van de maand juli. Ik noem het traditie, een gezinstraditie, want dat is het geworden. Sinds een jaar of drie is er elk jaar een moment waarop we boven op Alpe d’Huez staan. Een heerlijk moment is dat, vind ik. Verse alpenlucht in de longen. Warme zonnestralen op de huid. Een prachtig zicht voor de ogen. Het zijn net die zaken die het moment zo speciaal maken. En hoewel je die zaken elk jaar opnieuw kan ervaren – alsof ze deel uitmaken van het DNA van die mythische alp – wil je toch telkens opnieuw in dat moment blijven hangen. Want wat aanvankelijk lijkt op een déjà-vu gevoel is eigenlijk elke keer weer helemaal anders. Het zijn de gedachten van het moment die datzelfde moment zo uniek maken.

Het is telkens de eerste zaterdag van juli, omstreeks 18u, dat mijn vader vanop zijn Scott racefiets aan de lange klim naar boven begint. Eerder die dag heeft hij al de omliggende soortgenoten van Alpe d’Huez bedwongen, maar zoals het hoort voor een dag vol klimwerk wordt de climax tot het einde bewaard. Alpe d’Huez moet het hoogtepunt van de dag worden, in de meest letterlijke zin dan. De mogelijkheden om de tocht naar boven te beschrijven zijn talrijk, maar stuk voor stuk even indrukwekkend. Een hoogteverschil van 1061 meter. Eenentwintig haarspeldbochten. Duizelingwekkende stijgingspercentages. Gedurende iets minder dan veertien kilometer klim je naar boven onder het motto hoe hoger, hoe mooier. Of hoe hoger, hoe indrukwekkender. En zo hoort het ook voor een alp van mythisch kaliber.

De rolverdeling voor de dag waarop we Alpe d’Huez bezoeken is al drie jaar lang onveranderlijk. Vader klimt en de rest van het gezin zorgt voor de tussentijdse bevoorrading, voor de besturing van de bezemwagen maar vooral voor de onophoudelijke aanmoedigingen. Ik heb me er trouwens zelf ook ooit aan gewaagd, aan de beklimming per fiets. Jeugdig enthousiasme en een topconditie waren toen mijn belangrijkste drijfveren en zorgden er samen voor dat de klim naar boven een bescheiden succes werd. Nu, zo’n zestal jaar later, durf ik het verdere bestaan van mijn toenmalige drijfveren in twijfel trekken. Vooral het laatste lijkt met de studentenjaren stilaan te zijn verdwenen. Toch kan ik zonder overdreven fierheid zeggen dat ook ik ooit Alpe d’Huez heb bedwongen. En gek genoeg verschilde dat heerlijke, unieke moment van toen, dat moment waarop je boven op de top staat, niet zo veel van het moment dat ik vorige maand heb ervaren. Ook al heb ik ditmaal geen seconde op een fietszadel gezeten.

Het duurde even voor ik besefte waarom die twee momenten zo gelijkaardig waren. Ondertussen drong het tot me door dat ik zes jaar geleden eigenlijk in hetzelfde schuitje zat als vandaag. Afstuderen, het blijft een raar gevoel. Zes jaar geleden was het nog voorlopig, in afwachting van een volgende studiekeuze. Nu lijkt het definitief, en ook hierbij horen keuzes. Andere, maar even moeilijke keuzes. Want daar sta je dan, plotseling, bovenaan de top van de berg die je de afgelopen jaren hebt beklommen. Een beklimming met omwegen, dat wel, maar dat bleek achteraf nog de mooiste manier om boven te geraken. Vooruit hoeft namelijk niet altijd rechtdoor te zijn, maar soms gewoon een beetje meer links of naar rechts, of gewoon weer even terug naar beneden. Maar dat besef volgt pas als je eenmaal boven staat, en als je terugkijkt naar de oneindig-groot-lijkende vlakte onder jou. Ergens voelt het alsof je een sprong moet maken. Een bungeejump. Een death ride. Een parachutesprong. En je vraagt je af of je het durft. Het probleem is dat je de hele weg naar boven hebt staan roepen hoe graag je dit wou doen, en dat je het zou durven, en dat het geweldig zou zijn. Maar nu je er bent, twijfel je. Je kijkt nostalgisch terug op de veilige weg die je bracht naar waar je nu staat. Of je die weg niet gewoon terug kan afdalen, vraag je je af, maar eigenlijk weet je maar al te goed waar je écht op wacht. Drie seconden van zeldzame durf en moed. Het moment waarop je beslist om te springen, en alles wat volgt op je af laat komen.

Onlangs heb ik mijn sprong gemaakt. En terwijl ik volop geniet van het uitzicht, kijk ik al verlangend uit naar het eerstvolgende weekend van de maand juli. Naar het moment waarop ik opnieuw op de top van Alpe d’Huez sta en een nieuwe frisse wind mijn gedachten laat kleuren.