Enkeltje heen voor tram drie

Enkele maanden geleden dacht ik nog luidop: “Nou, best kut als je verjaart tijdens corona.” 

Corona leek toen nog iets van relatief korte duur. Iets waar je gewoon even door moest, om het nadien als een soort vage, nare herinnering te kunnen wegduwen uit je gedachten. Ten tijde van die uitspraak had ik ongeveer net mijn eigen verjaardag achter de rug. Trouwens, “nou” zou ik eigenlijk ook nooit luidop uitspreken. Ik gebruik het alleen om vage, eerder nare herinneringen aan te kondigen.

Ondertussen zijn we weer een heel paar maanden verder en is het opnieuw onze beurt om te verjaren. En, nog erger, is corona nog steeds veel meer dan zomaar een vage herinnering. Ik schrijf bewust “onze beurt”, want naast de liefde voor elkaar, delen we ook nog onze verjaardag. En de tandenborstel, die soms ook. Nee, sorry, dat laatste is gelogen. Tenzij het per ongeluk gebeurt natuurlijk, maar dat hoeft ze eigenlijk niet te weten. Hoe dan ook, samen verjaren tijdens een periode waarin zowat alles wat je wíl of kan doen op een dubbele verjaardag nu net dubbel zo hard niet mag, dat is, nou ja, best kut.

Het is sowieso al een dubbel gevoel, samen verjaren. Je bent overwegend blij, want het is je verjaardag en allerlei mooie mensen wensen je allerlei lieve dingen. Grappige dingen, dat ook, soms. Dat is allemaal heel fijn, maar eigenlijk wil je vooral dat het de ander zijn dag is. Ze verdient dat. De persoonlijke verjaardagswensen. De cadeaus en de kaartjes. De liefde van al wie ze zelf lief heeft. Maar dat allemaal moet zij dus delen met de persoon waar ze al zo veel mee deelt. Van ’s morgens haar ontbijt tot ’s avonds het bakje van de televisie. En nu, zo blijkt, dus ook haar tandenborstel. Al is dat laatste echt enkel geheel per ongeluk, eerlijk waar.

Wat wel een geluk is, is dat er één jaar leeftijdsverschil tussen ons zit. Je moet het geluk soms zoeken in de kleine dingen, zeggen ze dan. Ze is een jaar jonger, wat van mij de oudere van ons twee maakt. Dat maakt ook dat ik al een heel jaar heb kunnen wennen aan wat haar zo net te beurt viel. De drie die plotsklaps een rijtje is opgeschoven en nu helemaal vooraan staat. 

We zitten beiden weer op dezelfde tram, de tram van drie naar vier, en hij gaat al net zo hard als de vorige. Tram twee bracht ons langs allerlei memorabele haltes, met een diploma, met een job en een huis, en vooral, met en bij elkaar. Dat er ook op deze nieuwe route weer heel wat mooie haltes op onze weg zullen komen, daar twijfel ik niet aan. En of die haltes dan in coronatijdperken gelegen zullen zijn of niet, en wat ze juist zullen inhouden, of hoe lang we erbij stil zullen staan, maakt me eigenlijk weinig uit. Zolang ze telkens maar met een jaartje vertraging op dezelfde tram springt, vindt deze passagier van het leven de reis, nou ja, allesbehalve kut.

Plaats een reactie