“Tot volgende maand?”

“Zoals altijd?”, vroeg ze. Ik zocht haar ogen in de spiegel en knikte bevestigend.
“Dat was 9 millimeter aan de zijkanten zeker?
“Doe maar 6 millimeter”, verbeterde ik haar. En ik voegde eraan toe dat mijn haar zó snel groeit, dat het wel een noodzaak is om steeds zo kort te gaan. Het is mijn standaard uitleg wanneer het over mijn haar gaat. Een uitleg die ze ondertussen al wel kent, dat leid ik tenminste af uit de begrijpende blik die ze me via de spiegel toespeelt. Alsof het allemaal opeens weer een stuk duidelijker is.

Ik had geluk die dag. Er waren geen wachtende koppen voor mij waardoor ik meteen mocht plaatsnemen aan één van de wastafels. Ik ga altijd zonder afspraak langs bij de kapper, maar dan enkel exact op het middaguur. Het voordeel is dat je daarmee ellenlange wachttijden vermijdt, en dat je bovendien volop kan genieten van de onverdeelde aandacht die met zo’n momenten gepaard gaat. De onverdeelde aandacht van de vriendelijke dame die zich in de daaropvolgende minuten met al haar kennen en kunnen op mijn haardos zal storten en daarbij, synchroon met haar knipbewegingen, uitgebreid zal vertellen over de wonderlijke avonturen in het desbetreffende kapsalon of misschien, heel misschien, zelfs verder zal uitweiden over haar privéaangelegenheden, wie weet. Ik verbaas me er telkens over hoeveel je te weten komt tijdens zo’n knipbeurt. Van volstrekt nutteloze weetjes over de vakanties, de ex(en) of de poes (lees: kat) van de dame in kwestie tot levenswijsheden die meteen gepubliceerd kunnen worden in de magazines die, zoals gewoonlijk, net buiten handbereik liggen.

“Wanneer was de laatste keer dat je haar geknipt werd?”
Ik dacht een paar seconden na en antwoordde: “Een dikke maand geleden ongeveer. Net voor ik op vakantie vertrok.”
Zoals steeds is er dan even algemene verbazing over de snelheid waarmee mijn haar groeit, gevolgd door opmerkingen in de trend van “Je hoeft niet ongerust te zijn dat je snel kaal zal worden” of “Je hebt haar voor twee”, wat door mij steeds onthaald wordt met het vertrouwde vriendelijke lachje, om daarna af te sluiten met een begripvolle blik in de spiegel die aangeeft dat 6 millimeter aan de zijkanten inderdaad de enige juiste optie was.
“En waar ben je op vakantie geweest?” vervolgde ze na enkele seconden van wederzijdse stilte.
“Spanje. Malaga.”, antwoordde ik. Er heerste even een moment van twijfel om nog meer details te geven over de specifieke locatie, maar uit gemakzucht koos ik ervoor om uit te weiden over het prachtige weer, de vele lekkernijen en de zo-goed-als-verlaten stranden. Kort samengevat klonk dat als “zon, cava, tapas, zee, meer cava, strand, palmbomen, iemand-nog-wat-cava?”
Het was nu de beurt aan de dame in de spiegel om goedkeurend in mijn richting te knikken.

“Mooie liedjes duren nooit lang”, grapte ze nadat ik aangaf dat de vakantie “Goed, maar te kort” was geweest. En nu we toch in de spreekwoordelijke categorie van clichés zaten, vulde ik maar snel aan met “Het gaat snel hé. De tijd vliegt.”
“Een maand is snel voorbij. Kijk maar naar je snelgroeiende haar!” merkte ze aandachtig op.
Stilte. Ze had verdomme gelijk. Mijn haar groeit snel. En een maand ís snel voorbij. Ze vertelde verder over haar aankomende vakantieplannen, Turkije denk ik, want daar schijnt de zon altijd, maar echt luisteren deed ik niet meer. Want daar was ze dan, met één van haar levenswijsheden. Ik dacht na over wat er de voorbije maand allemaal veranderd was. We zijn op vakantie geweest. Naar Spanje, naar Malaga. Omdat moeder, onze rots, 50 kaarsjes mocht uitblazen en dat zou gevierd worden onder de Spaanse zon. We kraakten een paar flessen cava op de eerste job van mijn blonde levensmaatje. En nog een paar flessen op mijn eigen, eerste voltooide werkjaar. Voor het kraken van al die andere flessen hadden we ongetwijfeld ook wel een goede reden. We namen met veel tranen afscheid van Vik, die andere rots die onze jeugd zoveel kleur gaf, wat niet altijd evident was voor een voornamelijk zwart-wit beestje. Er is een nieuwe K3, en we hebben daarover gediscussieerd. Jongens toch, wat hebben we daarover gediscussieerd. Jindra bedoelde het allemaal zo slecht niet hoor. En ondertussen lijkt er ook een nieuwe wereldoorlog uitgebroken. Waar zijn we mee bezig? Is dit echt de wereld waarin we leven? Het zijn vragen die ons bezighouden. Maar laten we die problematiek vooral nu niet overpeinzen. Ook al omdat de vriendelijke dame in de spiegel haar vraag een tweede maal herhaalde. Of het goed was zo? Dat was het.

Niet veel later stond ik aan de kassa om af te rekenen. Omdat ik elke maand langs kom, krijg ik een getrouwheidskorting van 10%. Reden te meer om binnen een viertal weken nog eens terug te komen. Zonder afspraak, maar dan wel exact op het middaguur. Voor 6 millimeter aan de zijkanten, de meest nutteloze vakantieweetjes, en levenswijsheden in de puurste vorm. Vooral dat laatste graag.
“Bedankt, en tot volgende maand?”, vroeg ze.
“Jij bedankt, en tot snel”, klonk het antwoord.

Plaats een reactie