Symptomen van rusteloosheid

Rusteloosheid. Ja, dat is het. Rusteloosheid. Ik merk het aan alles. Ik merk het aan de onregelmatige baardgroei en aan de dagelijkse groter wordende porties koffie. En aan de plotse kalverliefde voor alle zaken die géén verplichting zijn. Zelfs het onschuldige, goedaardige wratje op mijn rechtervoet vertoont symptomen van rusteloosheid wanneer ik merk dat de hinder ook opeens toeneemt als het níet regent.

En, wat wil jij later graag worden? Ken je die vraag? Dan ken je meteen ook de oorzaak van mijn aandoening. Vroeger kreeg ik er letterlijk rillingen van. Koude. En nu nog steeds eigenlijk, maar opeens is later al een heel stuk dichterbij. Het is één van de verschrikkelijkste vragen om te krijgen, vind ik, samen met “Waar zie je jezelf binnen 5 jaar?” of “Wat eten we vanavond?”. Oké, ik geef toe dat die laatste vraag mij geen koude rillingen bezorgt maar ik word er toch enigszins rusteloos van. Het is zo’n dagelijks terugkerende vraag waarvan je weet dat het altijd leuker is om ze te stellen dan om ze zelf te moeten beantwoorden. Soms ben ik met die vraagstelling wel eens te laat en dan zit ik met de gebakken peren natuurlijk, want iets verzinnen om te eten behoort niet tot mijn specialiteiten. En ik spreek uit ondervinding als ik zeg dat een antwoord als “gebakken peren” na de tweede keer al heel wat minder grappig is.

Terug naar die oorspronkelijke vraag waaraan ik mijn rusteloosheid te danken heb. Wat wil jij later graag worden?  Ik herinner me dat mijn jongere broer op die vraag steevast antwoordde met “politiehond”. Dat verklaart meteen waarom we thuis vroeger altijd huisje, tuintje, hondje speelden en de poppen van mijn zus plotseling ook een huisdier hadden. Ikzelf wou altijd een voetballer worden als ik later groot zou zijn. Een schrijnend tekort aan talent en kunde heeft daar echter anders over beslist, en daarom is deze jongensdroom helaas nooit uitgekomen. Maar maak je niet ongerust, ik heb het redelijk snel een plaats kunnen geven. Ik vind het ondertussen zelfs acceptabel dat zulke kinderdromen niet altijd uitkomen want er lopen al genoeg voetballers en ballerina’s op deze wereld rond. Politiehonden ook trouwens.

Maar toch. Ongeveer 18 jaar geleden was een antwoord als politiehond of voetballer toegestaan. De grote mensen konden eens lachen en jij, als klein ventje, kon rustig verder spelen met het Playmobilfiguurtje dat je die dag had uitgekozen (meestal een cowboy) en waar je wél een carrièreplan (sheriff worden) en levensloop (vechten met indianen) voor had uitgedokterd. Dat het toen allemaal nog zoveel eenvoudiger was, ga je mij niet horen zeggen. Maar geruststellender was het in ieder geval wel. Je kon toen ’s avonds vredig gaan slapen met dat Playmobilfiguurtje op het nachtkastje, maar vooral met het geruststellende idee dat hij daar morgenvroeg gewoon nog op jou stond te wachten. Te wachten om zijn leven verder te zetten. Te wachten op de creatieve levenswendingen die je voor hem in petto had. En als je die nacht gedroomd had over ridders en je wou de volgende dag met een ridder spelen, dan kon dat. Adíos cowboy, welkom ridder. De ridder kreeg dan wel het paard van de cowboy, want dat was namelijk het enige mooie paard dat we hadden, maar er was niemand die stilstond bij die plotse verandering in tijd en ruimte. Uitgezonderd het paard dan misschien. Ik wil maar zeggen: je kon toen elke morgen opnieuw beslissen wie je die dag wou zijn. Maar vanaf een bepaalde leeftijd, of vanaf een bepaald moment, gaat dat idee een beetje verloren, vrees ik. En dat is jammer.

Rusteloosheid verlamt. Aan positieve energie, toewijding en veel goede wil is er dan wel geen gebrek, maar op onbewaakte momenten komt die verlammende vraag uit een donker hoekje toch weer tevoorschijn. Een vraag die steeds moeilijker te beantwoorden wordt naarmate dat antwoord langer uitblijft. Wanneer beslissen we wie we willen zijn? Ze maakt me rusteloos.

Plaats een reactie