Onze eerste

Uwen eerste is altijd wat specialer. Dat is toch wat ze zeggen. Enfin, dat is toch wat ons moeder mij gezegd heeft. En aangezien ons moeder meestal spreekt in termen van algemene wijsheden, kunnen we dat dus maar beter voor waarheid aannemen.
De eerste is misschien wel de meest memorabele, zei ze. Net omdat het de eerste is. Ik kan niet bewijzen dat het effectief zo is, maar ik wil het best geloven. Wat ik makkelijker zal kunnen bewijzen, is dat de twee jongste kinderen van ons moeder dit met lichte verontwaardiging zullen lezen en meer dan waarschijnlijk deze eerste paragraaf slechts met moeite zullen uitlezen omdat ze eerst dringend hun moeder ter orde willen roepen. Het is nochtans de periode van ’t jaar waarin we wat vergevingsgezinder moeten zijn. Denk daaraan, broeder en zuster.

Over onze eerste kan ik momenteel nog niet veel zeggen. Misschien dat we één dezer dagen maar eens een fotootje op het internet moeten zwieren, zodat de buitenwereld er toch ook een glimp van kan opvangen. En dat ze achteraf, zijnde tijdens de aankomende kerstfeesten, niet kunnen komen zagen dat ze er niet eerder iets van gezien hebben. Want je weet hoe dat gaat, als je tante Congo, zwager Joost of andere aanverwanten tijdig vergeet in te lichten over zo’n zaken. Frustraties aan de kersttafel mogen er alleen zijn over het tekort aan kerstkroketten, niet over randzaken zoals deze. Met uitzondering voor mijn broeder en zuster, die nu ongetwijfeld een bijkomende frustratie hebben opgelopen. Al hoop ik echt ter ganser harte van niet. Echt. Onze eerste en ik menen het.

Verder is het enige feitelijke dat we ook zonder beeldmateriaal over onze eerste kunnen zeggen het feit dat het een stevig baasje is. Baasje, en dus mannelijk. Daar is geen discussie over. Toegegeven, de eerste dagen hebben we misschien nog wat getwijfeld, maar éénmaal de ballen ten tonele kwamen was er geen discussie meer mogelijk. Van het mannelijke geslacht dus. Al waren we daar eerlijk gezegd niet zo mee bezig. Het is uiteraard wel een vraag die je je na verloop van tijd stelt, maar een echte voorkeur hadden we niet. We zouden al content zijn als hij een tijdje meegaat, en als hij in deze koude, donkere winterdagen kan zorgen voor extra licht en gezelligheid. In de eerste plaats in ons appartementje, en bij uitbreiding misschien zelfs in ons leven, wie weet. Al moeten we voorzichtig zijn, en mogen we er nog niet te veel aan hechten. En ook over die koude, donkere winterdagen mogen we voorlopig niet klagen, zeg nu zelf. Je merkt dat ik alvast wat oefen voor de gesprekken straks aan de kersttafel.

Om even terug te komen op de wijze woorden van ons moeder: ze kan wel weer eens gelijk hebben. Het is nu al duidelijk dat we onze eerste nooit meer zullen vergeten. Al was het maar omdat je bij de eerste onvermijdelijk fouten maakt. Overbetalen. Proberen op de achterbank te vervoeren. Ballen blutsen. Uit zo’n fouten leer je zaken die je bij de tweede, de derde, …, de vijftigste wellicht niet meer maakt.
Maar bovenal wordt onze eerste onvergetelijk, louter omdat het onze eerste is. De eerste die we samen versierd hebben (nadat ik de tweede bal liet vallen, mocht ik de lintjes knippen). De eerste die onze punten voor sfeer en gezelligheid boven de maximumscore doet uitstijgen. De eerste waaronder steeds meer ruimte wordt opgeëist door de cadeaus, dit jaar met een mogelijk extraatje voor moeder, broeder en zuster. De eerste waarover we discussiëren wiens beurt het is om de lichtjes te gaan uitdoen als we al in dat warme bed liggen. Of wie vandaag de naalden moet opkuisen en water moet geven. De eerste in onze eigen stek, waar we sinds een halfjaartje gelukkig lopen te wezen. Onze eigen stek, ons goede voornemen van 2016, nu tijdelijk inclusief kerstboom.